“Helden” door Janny van der Molen

heldenTijdens de Kinderboekenweek van 2016 verscheen een nieuwe uitgave van het boek Helden, geschreven door Janny van der Molen en bestemd voor kinderen in de bovenbouw van de basisschool. Mensen zijn volgens Janny van der Molen helden als ze zich een leven lang inzetten voor een beter leven voor iedereen. In het boek staan verhalen over bij voorbeeld Mahatma Gandhi, Aletta Jacobs en Anne Frank. Nieuw toegevoegd aan deze uitgave is onder anderen Maria Montessori. In deze bespreking beperk ik me tot haar verhaal.

Janny noemt Maria Montessori de vrouw die het onderwijs op zijn kop zette. Ze was één van de eerste vrouwen in Italië die afstudeerde als arts en werd daarna een voorvechtster van vrouwenemancipatie. Tijdens haar specialisatie na het artsdiploma kwam ze in aanraking met kinderen in een ziekenhuis in Rome die een beperking hadden. Destijds werden ze zwakzinnig genoemd. Montessori probeerde wegen te vinden om de opvoeding van deze kinderen – waarmee eigenlijk niets meer gedaan werd dan dat er iemand op ze lette – te verbeteren.

Mensen die een bovengemiddelde belangstelling voor Montessorionderwijs hebben – en dat zal gelden voor de meeste mensen die deze website bezoeken – weten dit allemaal wel. De vraag  waar Van der Molen voor stond was hoe je die kennis het beste aan kinderen kunt presenteren. Ze kiest ervoor een verhaal over twee kinderen te vertellen die in het begin van de twintigste eeuw in de Romeinse wijk San Lorenzo wonen. Eén van die kinderen gaat naar de Casa dei Bambini die dat net in de Via dei Marsi gesticht is op nummer 58. Dezelfde manier die zo’n vijftig jaar eerder Peter van Eeden koos toen hij een boekje schreef over een jongen, Geo, die een Montessorischool in Amsterdam bezocht. Peter – kleizoon van Frederik van Eeden – maakte een verhaal over de hele Montessorigeschiedenis dat aan schoolverlaters van zo’n school op hun twaalfde als herinnering kon worden meegegeven.

janny-van-der-molenJanny van der Molen vertelt het verhaal van Roberto en zijn zusje Flavia. Flavia gaat naar de Casa dei Bambini die Maria Montessori gesticht heeft in een wooncomplex. De woningen daar zijn net gerenoveerd. De oudere kinderen gaan naar school, de beide ouders naar hun werk. De kleintjes lopen rond in de wijk en maken in de huizen dingen stuk die net vernieuwd zijn. Ir. Talamo, de leider van het renovatieproject, wil dit voorkomen en de kinderen bijeenbrengen in een soort creche. Hij vraagt Maria Montessori dit voor hem te organiseren.

        Janny van der Molen in de Studeerkamer van Maria Montessori in Amsterdam.

casa-naam-2

montessori-talamo

Maria Montessori met Ir. Talamo bij de Casa dei Bambini in San Lorenzo.

montessori-in-1914edoardo_talamo

 

 

 

 

 

Het verhaal is geïllustreerd door Els van Egeraat. Niet zomaar plaatjes erbij maar gebaseerd op foto’s van de Casa van vandaag de dag, die nog steeds bestaat en waar ook nu nog kinderen naartoe gaan. Maria Montessori en ingenieur Talamo op het plaatje lijken op de dokter en de ingenieur die het experiment begonnen.En die juf van Flavia die in het verhaal Juf Nuccitelli heet, die heette in de echte Casa van 1906 ook zo.

antropometerwegenJanny schrijft haar verhaal in mooie, heldere zinnen. Al vertellend komen de principes van de voorbereide omgeving aan de orde. Hoe het klassieke schoolmeubilair vervangen wordt door lichte tafeltjes en stoeltjes. Hoe de kinderen gemeten en gewogen worden en hoe de moeder van Flavia daarbij helpt. Hoe kinderen leren tafels te dekken en eten te bereiden. En Flavia kan veters strikken en knopen open en dicht doen. Vooral ook beschrijft ze het enthousiasme van de kinderen en hoe ze zich geordend gaan gedragen. Door hun werk raken ze genormaliseerd zegt de Montessorileidster dan.

Meten en wegen van kinderen.

Flavia leert ook rekenen. Schrijven en lezen leert ze ook. Haar broertje Roberto leert dat allemaal op veel latere leeftijd. Moeder Camilla heeft het helemaal nooit geleerd.

Het verhaal van Peter van Eeden over Geo ging over de hele schooltijd van kinderen. Van hun derde tot hun twaalfde jaar. Samen met de plaatjes zo’n tachtig bladzijden. In een hoofdstuk in een boek vol met verhalen van helden is dertig bladzijden per held een omvang die tot beperkingen moet leiden. Terecht beperkt Janny zich daarom tot de Casa dei Bambini in San Lorenzo.

Ik heb ook een paar opmerkingen:

  • De kinderen in het ziekenhuis lagen niet de hele tijd in bed zoals Van der Molen schrijft. Ze waren er teneinde hun gedrag te laten bestuderen door medici die probeerden hun zwakzinnigheid te genezen.
  • Montessori probeerde hun situatie te verbeteren door werkwijzen toe te passen die ze ontdekt had in boeken geschreven door de Franse artsen Itard en Séguin.
  • “Maria bedacht voor haar scholen een motto: Help mij het zelf te doen.” lees ik op bladzij 299. Maria Montessori beschrijft dit anders:

In de speciale omgeving die we in onze school voor ze [de kinderen] voorbereidden hebben de kinderen zelf een zin bedacht die aan hun innerlijke behoeften uitdrukking geeft: Help mij het zelf te doen.

“Het Geheim van het Kinderleven” (1937) bladzij 263.

  • Op bladzij 326 schrijft Flavia haar naam met de schuurpapieren letters. Dat kan niet want ze heeft twee keer een a nodig. In de kist met de schuurpapieren letters zit maar één a. Om Flavia te kunnen schrijven heeft ze de grote letterdoos nodig. Daar zitten meerdere dezelfde letters in. Maar die kun je weer niet voelen.

Ach kleinigheidjes. Het is een prachtig en goed geschreven kinderboek.

 

1 Reactie

  1. Fred Kelpin

    Janny van der Molen schrijft me:

    Beste Fred,

    Dank! Ik hoop dat het boek veel kinderen vindt en hen zo deelgenoot maakt met het verhaal.

    Hartelijke groet,
    Janny

    Reageren

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *